donderdag 28 mei 2015

Breinvorming en de relatie tot gelaatkunde.

Vaak gaan mijn blogs over het kijken naar hoofden en gezichten omdat de praktische mensenkennis schetst dat je daar erg veel aan af kunt lezen. Gelaatkunde is een onderdeel van deze kennis en wordt helaas nog altijd voornamelijk afgedaan als een pseudowetenschap.
Toch komen er meer en meer wetenschappelijke bewijzen dat het mogelijk is om gedragskenmerken terug te zien in het gezicht. Een van de redenen hiervoor is niet eens zo heel ingewikkeld: onze hersenen, ons zenuwstelsel en delen van ons gezicht komen voort uit hetzelfde kiemblad: het ectoderm.


Driekiembladen en uiterlijke kenmerken

De drie kiembladentheorie behoord tot één van de basisbeginselen van het leren kijken naar mensen. Degene die al eens een cursus bij mij heeft gevolgd, weet dat ik daar steeds opnieuw weer op hamer. Het kunnen "lezen" van mensen gaat niet alleen om het kunnen interpreteren van een gezicht. Een gezicht is namelijk maar een klein onderdeel van een hele karakteranalyse.

De driekiembladenleer vertelt dat elk mens is opgebouwd uit drie lagen cellen. Deze lagen hebben zich al vrij kort na de conceptie gevormd. Uit deze drie lagen: het endoderm, mesoderm en ectoderm, vormen zich verschillende gedeelten van ons lichaam en organen.
Voor de vorming van ons brein is het ectoderm verantwoordelijk. Vanuit dit kiemblad groeien naast de hersenen onder andere ook ons zenuwstelsel, huid, haren, nagels en neus, oren en ogen.

Juist hier wordt het interessant! Wetenschappers stelden namelijk met deze kennis, dat het mogelijk zou zijn dat ons gelaatkundige voorkomen gelinkt is aan bepaalde (afwijkende) breinstructuren! Een verklaring hiervoor is dat wanneer er iets op een andere wijze dan normaal in de ontwikkeling van de hersenen verloopt tijdens de eerste of begin van het tweede trimester van de zwangerschap, kleine typische uiterlijke kenmerken vaak sterker waar te nemen zijn. Hierover zijn meerdere wetenschappelijke onderzoeken bekend!
Een voorbeeld hiervan is dat is gebleken dat bij bepaalde vormen van autisme, vaker bepaalde gelaatskenmerken worden waargenomen als: flaporen, laag staande - of opmerkelijke gevormde oren, meerdere kruinen op het hoofd, een kuiltje in de kin en een gemiddeld grotere asymmetrie van het gezicht. Natuurlijk is het zo dat dit soort kenmerken bij erg veel mensen voorkomen, maar dat men juist deze specifieke kenmerken bij autisme vaker kan waarnemen!
Volgens het betreffende onderzoek zouden er ook specifieke kleine gelaatstrekken vaker zichtbaar zijn bij schizofrenie, ADHD, bipolaire stoornissen en Tourette syndroom. Men stelt zelfs in het abstract dat men deze gezichtsmarkers kan gebruiken om een risico-inschatting te maken voor bepaalde psychische aandoeningen.

Zo vanbinnen zo vanbuiten

Graag wil ik heel duidelijk benadrukken dat het niet zo is dat alle mensen die deze kenmerken bezitten, automatisch de diagnose autisme of één van de andere genoemde aandoeningen mogen krijgen! Voor veel aandoeningen geldt dat er meerdere onderliggende factoren, zoals ons genetisch materiaal en omgevingsfactoren, meespelen in het tot stand komen van een stoornis.
Wel vind ik het goed om te weten dat er een vrij logische en bewezen verklaring is voor onze uiterlijke verschijning inzake het gezicht en de relatie tot karakter/gedrag, al mag gelaatkunde nimmer een middel worden om mensen in een bepaald kadertje te plaatsten!



Geen opmerkingen:

Een reactie posten